Betekenis afkortingen bevolkingsregister

Afkortingen, algemeen:

A of a = ambtshalve
a.i. = ambtshalve ingeschreven
AK = aparte kaart (van de betr. persoon)
Arr.Rb. = Arrondissementsrechtbank
B.D. = Buitengewoon dienstplichtig
B.S. = Burgerlijke Stand
C, C1, C2 = bij controle gebleken
Contr. = bij controle gebleken
d of dv = dochter of dochter van
D = gewoon dienstplichtig
Gev. B.S. = geverifieerd in Burgerlijke Stand
G.K. = Gestichtskaart
H. = hoofd (in kolom beroep + bedrijf)
h, hv = huisvrouw van
H.K. = hulpkaart
HL = onbekend
h.v. – zie: h, hv
i, inw. = inwonend
I.R. = invaliditeitsrente
l.g. = laatste gemeente van inwoning
L.S. = Landstorm
N (+ datum in potlood geschreven) = ? (onbekend)
N.D. = niet dienstplichtig
O = ondergeschikte
O.R. = ouderdomsrente (kolom beroep/bedrijf)
P = pensioen
Pers. = persoonskaart aangelegd (1939)
PK = persoonskaart aangelegd (1939)
P.P. = pensioen van het ABP
S = scheiding
Shv = gescheiden huisvrouw van
T = scheiding van tafel en bed na 5 jaar
Tvgd = toeziend voogd
Vbl. Rg. = Verblijfsregister
VD = Vreemdelingendienst
v.o. = vertrokken onbekend waarheen
v.o.c. = vertrokken onbekend waarheen, gebleken bij controle
v.o.w. – zie: v.o.
z of zv = zoon van
Z.a. = ? (onbekend)
Z.R. = Zee-Risico, uitkering ingevolge de Oorlogszeeongevallenwet

een vierkantje met een kruis erin = gecontroleerd bij volkstelling

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.